Bel mij terug

Bel mij terug

* Verplichte velden

Stappenplan analyseren van gedrag

In de opleiding behandelen we naast de theorie over het brein, lichaam en de omgeving ook veel (eigen) casuïstiek. De Brainmarker Balance Scale en de omgevingscurve worden uitgelegd in het deel van de neuro-educatie.

Voorbeeld-casus van een grote reorganisatie op de werkvloer: Jouw normaal zo relaxte en positieve collega, begon een aantal maanden geleden uit het niets tegen je te schelden. Normaal gesproken heeft ze altijd alles onder controle. Ze vertelde vol woede dat ze haar ontslag wilde indienen. Je snapte er toen helemaal niets van. Nu nog steeds niet. Sinds die tijd zit ze ziek thuis. De werkomgeving is het laatste jaar erg veranderd, misschien heeft dat er mee te maken?

Wat is gedrag en wat veroorzaakt (gedrags)problemen?

  1. Gedrag is het reageren van een lichaam op de omgeving.
  2. Brein-toestanden bepalen de heftigheid van een reactie.
  3. We leren vanuit geheugen. Een emotie wordt bewust bedacht maar onbewust opgeroepen in nieuwe soortgelijke situatie.
  4. Mensen kunnen scenario’s bedenken voor het verleden, heden en de toekomst die het gedrag beïnvloeden.

Niveau 3 en 4 van het gedragsmodel zijn het uitgangspunt bij cognitieve therapie. Tijdens de opleiding bekijken we het gedrag op alle vier de niveaus. We zien dat veel gedragsproblemen al op niveau 1 en 2 kunnen worden opgelost.

Een reorganisatie op de werkvloer kan veel stress veroorzaken als een medewerker met onderactivatie in het brein, slecht tegen veranderingen kan.

Wie was ik voor de reorganisatie? Dit is jouw eigenschap.

Waarde: positief ingesteld.
Brein (arousal): onderactivatie, rustig, hooggevoelig persoon.
Activatie lichaam: laag, niet erg sportief, wandelt wel graag.
Omgeving: behoefte aan rust en structuur. Moeite met improviseren.

Analyse gedrag: Wie ben ik? (Eigenschap)

Hoe reageer ik op de omgeving? Dit is jouw (tijdelijke) toestand.

Waarde: reageert negatief op reorganisatie.
Brein (arousal): QEEG toont overactivatie, veel stress.
Activatie lichaam: hoge spierspanning, met name in de schouders en nek.
Omgeving: voelt als chaos en wanorde.

Analyse gedrag: Hoe reageer ik op de omgeving?

Eerst normaliseren, weer jezelf worden.

Waarde: meer positief (praktisch werkdocument invullen niveau 3 en 4 van gedrag).
Brein: met neurofeedback de stress (overactivatie van het brein) inhiberen (verminderen), meer naar links op de curve.
Activatie lichaam: hoge activatie van het lichaam verminderen naar links op de curve met intensief bewegingsprogramma. We werken ook met de hartcoherentie. Door je lichaam te voelen, kun je met de ademhaling, de hartslag vertragen en de activatie van het lichaam verlagen.
Omgeving: de omgeving gestructureerder maken. Naar links op de curve van wanorde naar orde.

Analyse gedrag: Eerst normaliseren. Weer jezelf worden.

 

In de toekomst beter synchroniseren met je omgeving om stress te voorkomen.

Brein (arousal): met neurofeedback het brein activeren (groen) om adaptiever te worden. Dan kun je beter reageren op veranderingen.
Activatie lichaam: door krachttraining het lichaam en dus ook het brein activeren. Dit zijn gekoppelde systemen. Zie pagina Bewegingsprogramma.
Omgeving: met de omgevingscurve kijken waar je op je plek zit met jouw type brein (onderactivatie = behoefte aan orde en structuur).

Analyse gedrag: Synchroniseren met omgeving om klachten te voorkomen. De grijze bolletjes geven de omgeving aan. De roze de persoon.

Brein trainen met neurofeedback om adaptiever te worden.

Met de omgevingscurve zie je direct in welke omgeving jouw brein past.

“Als jouw brein niet in de omgeving past, krijg je klachten.”

Meten is weten

Met de apparatuur van de Brainmarker kun je de breintoestand in kaart brengen en het brein trainen met neurofeedback. Meer informatie over deel 1 van de opleiding Neurofeedback.