Bel mij terug

Bel mij terug

* Verplichte velden

Neurofeedback en stress

Kortdurende stress heeft een functie in ons lichaam. Alles in je lichaam wordt geactiveerd en je brein is alleen nog maar met die ene lastige situatie bezig. Onnodige processen worden stilgelegd om alle energie te richten op het gevaar. Vandaag de dag roepen veel situaties stress op die niet direct levensbedreigend zijn. Het effect op ons lichaam is nog steeds hetzelfde. Dit betekent dat sommige mensen doorlopend en daardoor langdurig stress ervaren. Van langdurige stress worden we ziek. Het brein en lichaam raken uiteindelijk uitgeput van de hoge activatie, met chronische moeheid, angststoornis, een fysiologische burn-out of depressie als gevolg.

Parasympatisch en orthosympatisch systeem

Het zenuwstelsel heeft een activerend gedeelte (sympatisch) en een de-activerend gedeelte (parasympatisch). Deze twee delen functioneren als gekoppelde systemen en hebben invloed op de rest van het zenuwstelsel. Bij gevaar neemt het activerende systeem het over. Dit is erg functioneel als er een beer achter je aan rent. Alles in je lichaam wordt geactiveerd en synchroniseert. Jouw brein is alleen nog maar bezig met die ene lastige situatie. Een piepklein gebiedje in het brein is met razend snelle golfjes informatie aan het verwerken. Je kunt je ook nergens anders op focussen. We meten dan frontaal (op het voorhoofd) overactivatie in het QEEG. Ook het lichaam verhoogt de arousal (activatie) zodat je voldoende zuurstof, spierkracht en zicht hebt om te vechten of vluchten. Onnodige processen worden stilgelegd om alle energie te richten op het gevaar.

Een hoge arousal (activatie) in het lichaam is voelbaar:

  • Spierspanning
  • Temperatuur daalt
  • Handen worden vochtig
  • Hartslag verhoogt en variatie neemt af
  • Oppervlakkige hoge ademhaling

Bron Biologieacademie op YouTube.

Neurofeedback en stress

In rust meet je bij mensen met langdurige stress, verhoogde overactivatie frontaal in het brein. Het neurofeedbackprotocol is gericht op het verlagen van de activatie in het brein. De cliënt krijgt positieve feedback als de overactivatie vermindert. Het behandeldoel is het inhiberen (verlagen) van de high beta-golven. Een gemiddeld traject om stress te reduceren duurt 20 sessies. Daarna wordt bekeken of een tweede traject nodig is, om de klachten verder te verbeteren.

Attentie: de informatie op deze site heeft een algemeen karakter en is daarom niet altijd toepasbaar voor individuele specifieke situaties.De QEEG -meting in combinatie met de primaire klacht bepalen uiteindelijk het behandeldoel.

Klachtenlijst bij stress

1. Hoe vaak ben je overstuur geweest door iets dat onverwachts gebeurde?
2. Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat je niet in staat was, belangrijke dingen in je leven onder controle te houden?
3. Hoe vaak heb je je zenuwachtig en onder spanning gevoeld?
4. Hoe vaak heb je irriterende moeilijkheden (of dingen die je tegen zaten) verkeerd aangepakt?
5. Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat je verkeerd omging met belangrijke veranderingen die zich voordeden?
6. Hoe vaak was je onzeker over je vermogen om persoonlijke problemen aan te pakken?
7. Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat de dingen je tegenzaten?
8. Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat je niet opkon tegen de dingen die je moest doen?
9. Hoe vaak lukte het niet om irritaties in je leven onder controle te houden?
10. Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat je de dingen niet de baas was?
11. Hoe vaak heb je je boos gemaakt om dingen die buiten je controle om gebeurden?
12. Hoe vaak heb je gemerkt dat je aan het denken was over dingen die je moest gaan volbrengen?
13. Hoe vaak had je geen controle over de manier waarop je je tijd besteedde?
14. Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat moeilijkheden zich zo hoog opstapelden dat je ze niet te boven kon komen?

Klachtenlijst bij stress (jongeren)

1. Ik voel me gehaast of opgejaagd.
2. Ik heb onvoldoende tijd om te doen wat ik wil.
3. Ik heb het te druk.
4. Ik ben bezorgd over mijn cijfers en school.
5. Ik ben bang of nerveus.
6. Ik ben boos.
7. Ik ben ongelukkig.
8. Ik slaap slecht.
9. Ik maak ruzie met mijn vrienden.
10. Ik voel me alleen.
11. Ik heb weinig vrienden.

Stress.

Verdieping stress en neurofeedback

Stress is een moeilijk te definiëren ziektebeeld. Het is ook geen duidelijke diagnose zoals depressie of angststoornis. Meestal wordt stress in kaart gebracht met vragenlijsten die de mate van ervaren stress meten, aangezien er nog geen objectieve metingen van stress mogelijk zijn. In de Brainmarker worden deze vragen gebruikt met een tien-punts-schaal om de symptomen in kaart te brengen, voor en na het neurofeedbacktraject.

Uit hersenmetingen wordt wel steeds duidelijker dat algemeen verhoogde stress gepaard gaat met verhoogde activiteit in allerlei gebieden in de hersenen. In het QEEG is dit te zien als toename van snelle golven (high beta-golven) tijdens stressvolle taken en zelfs tijdens rust. Tijdens stressvolle taken zijn ook langzame golven minder aanwezig en alfagolven worden onderdrukt, wat allemaal betekent dat de hersenen dan hyperactief zijn, wat ook wel hyperarousal wordt genoemd. In deze toestand zijn de hersenen klaar om te reageren en wordt alle aandacht gericht op de stressvolle taak. Uit onderzoek blijkt dat de hersenen optimaal functioneren als ze goed kunnen switchen tussen verschillende taken, maar tijdens stress is dit niet meer mogelijk en blijven de hersenen steeds geconcentreerd op de stressvolle taak. Uit nieuwe QEEG-analyses blijkt dat deze toestand ook niet goed is voor de geheugenfunctie.

Slecht slapen

Mensen die overdag langdurige stress ervaren, hebben ook vaak slaapproblemen. Door de snelle activiteit gaat het brein niet in rust. Daardoor kom je ook niet in diepe slaap (delta-golven). Men slaapt oppervlakkig en wordt snel wakker. Zodra iemand wakker ligt, begint het piekeren weer, door de snelle hersenactiviteit. Chronische moeheid kan daardoor een gevolg zijn van langdurige stress. In een QEEG zie je of het brein vermoeid (ondergeactiveerd) of stressvol is (overgeactiveerd). Aan de hand van het QEEG en de hulpvraag, bepaalt de trainer de primaire klacht en het bijbehorende trainingsdoel.

 

Alle lesstof en protocollen in de Brainmarker zijn gebaseerd op wetenschappelijke studies en reviews. Bekijk de literatuurlijst.