Bel mij terug

Bel mij terug

* Verplichte velden

Neurofeedback & coaching

Met neurofeedback trainen we de activatie van het brein. De derde dag van de opleiding bekijken we het brein, in een lichaam, in een omgeving. Want een persoon op zichzelf heeft geen problemen. Problemen ontstaan door de interactie met de omgeving. Neurofeedback heeft langdurig resultaat als de klachten niet (opnieuw) worden geactiveerd door omgevingsfactoren.

‘Als jouw brein niet in de omgeving past, krijg je klachten.’

Tijdens de opleiding maak je een gedragsanalyse met de Brainmarker Balance Scale (zie afbeelding). Met een goede gedragsanalyse, inclusief breinmeting, kunnen we de hulpvraag onderbouwen. Dit biedt de cliënt zelfinzicht. We besteden aandacht aan de drie typen ADHD, ASS, concentratieproblemen, externe prikkelverwerking (HSP), langdurige stress, angststoornis, chronische moeheid, burn-out en stemmingsstoornissen. We behandelen naast de theorie veel casuïstiek. Je kunt zelf ook een casus inbrengen. De werkvormen zijn direct toepasbaar in de praktijk.

Lesmateriaal module Neurofeedback & coaching

Analysetools (afbeelding)

Met de Brainmarker Balance Scale (BBS) en de omgevingscurve (zie bovenstaande afbeelding), analyseren we (eigen) casuïstiek. De BBS is een tool om de synchronisatie tussen het brein, lichaam en de omgeving inzichtelijk te maken.

Het brein en lichaam zijn gekoppelde systemen

Het brein en lichaam zijn gekoppelde systemen. Zo hangt de activatie van het brein samen met de lichaamshouding. Maar ook andersom, als je het lichaam activeert, verandert de breintoestand. Dit hangt samen met het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel. Naast neurofeedback kun je het herstel van de cliënt versnellen door de juiste lichaamsbeweging en ademhaling toe te passen. Tijdens de opleiding kun je zelf de hartcoherentie trainen (samenhang tussen ademhaling en hartritme) in combinatie met de breinwerking.

De vier niveaus van gedrag:

  1. Gedrag is het reageren van een lichaam op de omgeving.
  2. De brein-toestand bepaalt de heftigheid van een reactie (EEG-meting).
  3. Waarden en emoties beïnvloeden het gedrag.
  4. Mensen kunnen scenario’s bedenken die het gedrag beïnvloeden.

Niveau 3 en 4 van het gedragsmodel zijn het uitgangspunt bij cognitieve therapie. Tijdens de opleiding bekijken we het gedrag op alle vier de niveaus. Je krijgt een praktisch werkdocument om samen in te vullen met je cliënt. We zien dat veel gedragsproblemen al op niveau 1 en 2 kunnen worden opgelost. Het breintype bepaalt namelijk een groot gedeelte van het gedrag. We gaan zien dat een groep mensen geen ‘standaard’ brein heeft en daardoor anders leert, reageert en functioneert in een zelfde omgeving. Dit kan genetisch bepaald zijn of veroorzaakt door stress. De breintoestand meet je met een EEG-meting.