Bel mij terug

Bel mij terug

* Verplichte velden

Deel 2

Deel 2 opleiding: neuro-educatie

Met een breinmeting kunnen we de hulpvraag onderbouwen. Een QEEG-meting verklaart vaak direct de klachten en bepaalt het juiste traject voor herstel. Als we het brein, lichaam en de omgeving beter op elkaar afstemmen, verandert het gedrag met langdurig resultaat. Zo voorkom je dat klachten opnieuw worden geactiveerd door de omgeving. Tijdens de opleiding werken we met de Brainmarker Balance Scale (BBS): een praktische tool om gedrag te analyseren, normaliseren om vervolgens beter met de omgeving te synchroniseren. Met de omgevingscurve wordt duidelijk welk breintype werkt vanuit geheugen en wie voorkeur heeft voor improviseren. Dit hangt direct samen met de gewenste omgeving: structuur of wanorde. Vandaar dat wij zeggen: als jouw brein niet in de omgeving past, krijg je klachten.

Als jouw brein niet in de omgeving past, krijg je klachten.

Tools om gedrag te analyseren: de Brainmarker Balance Scale en de omgevingscurve. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Grip op gedrag: wat is gedrag en hoe ontstaan (gedrags)problemen?

Gedrag en klachten uiten zich via het lichaam. Maar wat verstaan we nu precies onder gedrag en wat is de invloed van de breintoestand? We bekijken tijdens de opleiding de vier niveaus van gedrag:

  1. Gedrag is het reageren van een lichaam op de omgeving.
  2. De breintoestand bepaalt de heftigheid van de reactie.
  3. We leren door gebruik van ons geheugen. Een emotie wordt bewust bedacht maar onbewust opgeroepen in een toekomstige soortgelijke situatie.
  4. Mensen bedenken scenario’s voor het verleden, heden en de toekomst die het gedrag beïnvloeden.
Niveau 3 en 4 van het gedragsmodel zijn het uitgangspunt bij cognitieve therapie. We zien in de praktijk dat veel gedragsproblemen al op niveau 1 en 2 kunnen worden opgelost. Het is daarom belangrijk om eerst de breintoestand in kaart te brengen. Zo onderbouwen we de hulpvraag en krijgt de cliënt zelfinzicht. Vervolgens kunnen we het brein trainen zodat klachten verminderen.

Brein en lichaam zijn gekoppelde systemen die elkaar direct beïnvloeden.

Programma deel 2: Neuro-educatie

Het brein, lichaam en de omgeving zijn gekoppelde systemen.

Het brein

Anatomie en functie.
Verschillende breintoestanden: onderactivatie, remming, activatie en overactivatie.
Werking verschillende medicatie.
Uitleg breintraining.

Het lichaam

Kenmerken van het lichaam: houding, stress, hartcoherentie en ademhaling.
Behoefte fysieke beweging per breintype. Zie pagina Bewegingsprogramma.

De omgeving

We bekijken of het brein in de huidige omgeving past. Hierbij maken we gebruik van de omgevingscurve. De breintoestand bepaalt de behoefte: gestructureerde omgeving (geheugen) tegenover wanorde (improviseren).

Gedrag

We bekijken de 4 niveaus van gedrag met behulp van een praktisch werkdocument.

Casuïstiek

We behandelen (eigen) casuïstiek. Daarbij maken we gebruik van een breinmeting of de brein-encyclopedie, de Brainmarker Balance Scale (BBS) en de omgevingscurve. Je krijgt onder andere tips en tricks voor school, inclusief een plattegrond voor de beste plek in de klas. Ook bruikbaar op de werkvloer. Want als deze bijzondere breinen op de juiste plek zitten in de juiste omgeving, blijken ze vaak bijzondere gaven te hebben.

Zie voorbeeld casus reorganisatie op de werkvloer.

Neurofeedback uitleggen aan cliënt

Met neurofeedback train je het brein. Hoe leg je dit uit aan je cliënt, leerling, zoon of dochter in simpel taalgebruik? Tijdens de opleiding krijg je een boekje waarin de breintoestanden en de training staan uitgelegd. Dit kun je aanbieden in je praktijk. Klik hier voor meer informatie over neurofeedback.

Meten is weten

Met de apparatuur van de Brainmarker kun je de breintoestand in kaart brengen en het brein trainen met neurofeedback. Meer informatie over deel 1 van de opleiding Neurofeedback.