Bel mij terug

Bel mij terug

* Verplichte velden

ADHD onoplettend (ADD)

Brein-encyclopedie: ADHD type 1
Datum: 05-02-2020 Categorie: ADHD onoplettend (ADD)

QEEG-breinmeting

In rust meet je bij mensen met concentratieproblemen vaak onderactivatie frontaal in het brein. Ook als deze mensen een (reken)taak moeten uitvoeren, versnellen de hersengolven niet naar activatie, maar wordt de onderactivatie vaak nog hoger in het EEG-signaal.

Attentie: de informatie op deze site heeft een algemeen karakter en is daarom niet altijd toepasbaar voor individuele specifieke situaties.

Meer weten over neurofeedback en de breintoestanden.

ADHD type 1, overwegend onoplettend.

Diagnostiek

De diagnostiek van ADHD wordt in Nederland bepaald aan de hand van vragenlijsten volgens DSM-5.

Vragenlijst ADHD volgens DSM-5

Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en een negatieve invloed heeft op sociale, schoolse of beroepsmatige activiteiten en niet passen bij het ontwikkelingsniveau. Volwassenen moeten aan ten minste vijf symptomen voldoen.

Symptomen overwegend onoplettend DSM-5

  1. Slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten.
  2. Heeft vaak moeite om aandacht bij taken of spel te houden.
  3. Lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct wordt aangesproken.
  4. Volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er dikwijls niet in om taken af te maken.
  5. Heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
  6. Vermijdt vaak om, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een geestelijke aandacht vereisen.
  7. Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten.
  8. Wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels.
  9. Is vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse bezigheden.

Concentratieproblemen aanpakken met neurofeedback.

Medicatie bij onderactivatie

Stimulerende medicatie zoals methylfenidaat verhoogt de alertheid en de remming van impulsief gedrag. (Met onderactivatie kun je ook een remmingsprobleem ervaren.) 

Bewegen

Bewegen verhoogt de concentratie. Heb je een lage arousal (onderactivatie), dan heb je krachtoefeningen nodig om de arousal te verhogen waardoor de concentratie verbetert. Zie pagina Bewegingsprogramma.

Neurofeedback bij ADD (ADHD type 1)

Standaard protocol is het inhiberen (verlagen) van de onderactivatie en/of het verhogen van de activatie. Dit hangt ook af of er getraind wordt in combinatie met medicatie. Bij activerende medicatie mag de activatie niet worden verhoogd, alleen de onderactivatie verlaagd.